1960-1985: Warre Claes

Warre ging al vroeg met zijn vader (Henri Claes, meester Claes) op ontdekkingstocht naar de verschillende vindplaatsen in de streek rond Diest.

Hier lees je zijn verhaal:

Het was rond 1960 dat ik met mijn vader begon mee te gaan om silexen te zoeken. Ik was toen 14 of 15 jaar oud. Ik waste de stenen, en op de werktuigen schreef ik met Chinese inkt een afkorting voor de vindplaats. Ik hield ook een dagboek bij en vulde op stafkaarten de precieze vindplaats in. Het dagboek is in de jaren 70 samen met onze verzameling aan het Stedelijk Museum in Diest overgedragen. De stafkaarten gingen naar Dr. Roosen van de Nationale Opgravingsdienst. We zochten niet alleen op de Hermansheuvel, maar in gans de streek van Meldert tot Kortenaken en Tielt-Winge. Gans onze verzameling bestond uit oppervlaktevondsten. Ze werd beschreven in de doctoraatsthesis van Piet Vermeersch. Die maakte begin de jaren 70 enkele proefsleuven op de Hermansheuvel met het team van het Geologisch instituut van de KU Leuven waar hij intussen professor geworden was. Zijn besluit was dat de vroegere woonlaag door landbouwactiviteiten volledig omgeploegd was. Het is door een vergelijkende studie met silex werktuigen uit Spiennes (Henegouwen) dat hij tot de conclusie kwam dat de site van de Hermansheuvel behoorde tot de Michelsbergcultuur (circa 3500 v. Chr.) en dat het hier dus ging om de eerste landbouwers uit de streek.