2011: beschermingsstudie

In de zomer van 2011 heeft RAAP archeologisch adviesbureau in opdracht van het agentschap onroerend erfgoed een evaluatie en waardering uitgevoerd van de archeologische vindplaats op de Hermansheuvel in Assent. Het onderzoek werd uitgevoerd met als doelstelling de waarde van de site te bepalen in functie van een eventuele bescherming. Men wilde de aard, omvang, datering en kwaliteit van de vindplaats bepalen, onder meer door het vaststellen van archeologische sporen.

Weerstands- en booronderzoek

Er werd een weerstands- en booronderzoek uitgevoerd om de grachten op te sporen.

Resultaten van het weerstandsonderzoek met aanduiding van de gracht (rode lijn) en afwijkingen (groene lijn met nummer) (bron: onderzoeksrapport RAAP)

Verder ging men andere luchtfoto’s raadplegen in aanvulling op de luchtfoto’s van KU Leuven. Het ging om foto’s die loodrecht werden genomen vanaf grote hoogte.

 

Luchtfoto van bron agiv uit 2011 met aftekeningen van de grachten in de vegetatie (rood omlijnd) en nummering van de doorgangen. (bron: onderzoeksrapport RAAP).

Weerstandonderzoek (foto Ad Gommers)

Er werden 43 boringen gezet in het verkennend booronderzoek om inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw van de Hermansheuvel. Nadien deed men een controlebooronderzoek op 6 plaatsen.

Proefboringen (bron: onderzoeksrapport RAAP)

Proefsleuvenonderzoek

Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 2 sleuven aangelegd. Daarbij zijn een binnen- en buitengracht aangesneden. Op basis van de vondsten kunnen beide grachten aan de Michelsbergcultuur worden gedateerd.

De doorsnede van de grachten is vergelijkbaar, maar er zijn ook verschillen. De binnengracht (5,8 m breed en maximaal 2,2 meter diep) is breder en dieper dan de buitengracht (5 meter breed en maximaal 1,7 meter diep). De vulling van de grachten is anders. Bij de binnengracht zijn drie fasen te onderscheiden, terwijl bij de buitengracht maar twee fasen zichtbaar zijn. Er zijn vage aanwijzingen dat de binnengracht ouder is dan de buitengracht, maar dat is op basis van de onderzoeksresultaten niet hard te maken.

Diepte van de gracht (Foto: Ad Gommers)

Proefsleuvenonderzoek: vondsten: aardewerk

Er werden 426 fragmenten aardewerk aangetroffen, verder werden er 73 stukken vuursteen, silexkeien en zes stukken natuursteen aangetroffen.

Op de bodem van de grachten werden vele fragmenten aardewerk teruggevonden (foto: Ad Gommers)

De begrenzing van het aardwerk bestond uit een dubbele gracht. Voor zover bekend hebben in het noordwestelijk deel van het aardwerk doorgangen gelegen over een lengte van ongeveer 126 meter. De doorgangen hebben een breedte van ongeveer 2 tot 10 meter. Het binnenterrein binnen de binnengracht van de aardwerk was ongeveer 6 hectare groot. Het terrein binnen de buitengracht omvat ongeveer 7 hectare.

De aanwezigheid van een wal kan niet worden aangetoond, maar kan ook niet worden uitgesloten.
Men vond 2 concentraties van kloppers op de plaatsen waar vermoedelijk de meest intensieve vuursteenbewerking heeft plaatsgevonden.

Bijlen komen erg geclusterd en in grote aantallen voor. De meeste zijn afslagbijlen en gepolijste vuurstenen bijlen. Hardstenen bijlen vormen een minderheid. Dit zou volgens Augereau wijzen op onderhoud van kreupelhout, grasvlaktes en weiden in het kader van veeteelt.
Werktuigen als pijlspitsen komen vooral voor binnen het aardwerk. De bladvormige spitsen overheersen. Men weet niet of dit wijst op de verdedigingsfunctie van het aardwerk of op het feit dat men nog op jacht ging.

Het grote aantal schrabbers en spitsklingen op het hele aardwerk wijst in het algemeen op de verwerking van (runderhuiden). Enkele tientallen maalsteenfragmenten wijzen op de verwerking van graan.