1971: boor- en proefsleuvenonderzoek

In juni en augustus werd door de Prehistorische Dienst van het instituut voor Aardwetenschappen van de Universiteit Leuven een kleinschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Het onderzoek bestond uit 15 boringen. Na het booronderzoek zijn 13 kleine proefputjes aangelegd, verspreid in de vondstconcentratie.
In de zuidwesthoek van de concentratie werd een langere 80 cm diepe sleuf aangelegd met een graafmachine, met als doel een Neolithische dump aan te treffen.
Het onderzoek leverde nauwelijks archeologisch grondsporen op. Er zijn veel fragmenten houtskool, vuursteen en aardewerk gevonden.

Het vondstmateriaal bestond vooral uit lithisch materiaal. Er is zeer weinig aardewerk gevonden.

Er werden 78 vuursteenartefact gevonden, 4 schrabbers en een fragment van een dubbelgeretoucheerde kling.
Er werden 28 kleine fragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen.