Grondverzet

Je wilt je terrein ophogen. Of je moet voor de bouw van je huis een hoeveelheid bodem uitgraven en afvoeren. Twee van de vele, mogelijke redenen waarom je beslist tot het uitgraven van bodem. Soms wil je die hergebruiken op de plaats van ontgraving. Een andere keer transporteer je de uitgegraven bodem of gebruik je hem ergens anders voor de nivellering of ophoging van een terrein.

De regelgeving van het grondverzet legt vast hoe je met de uitgegraven bodem moet omgaan op de plaats van uitgraving, tijdens het transport en op het terrein waar de uitgegraven bodem gebruikt zal worden. Bij alle stappen van het grondverzet moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. We noemen dit een traceerbaarheidssysteem. Op die manier kunnen we de herkomst van een uitgegraven bodem steeds achterhalen, ongeacht de bestemming. 

Bodemverontreiniging voorkomen
 
Graaf je bodem uit op een verontreinigd perceel en gebruik je die elders? Dan kan je hierdoor de bodem van dat tweede perceel verontreinigen. Voor een dergelijke nieuwe bodemverontreiniging geldt een zelfstandige saneringsplicht. Dat betekent dat de saneringsplichtige (de eigenaar of exploitant van een perceel) de bodem moet saneren, zonder dat de OVAM hiertoe aanmaant.

Om de verspreiding van bodemverontreiniging te verhinderen, stelde de Vlaamse regering regels op voor het hergebruik van uitgegraven bodem. Deze regels staan beschreven in hoofdstuk 13 van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (kortweg het VLAREBO). 

Op de eerste plaats is het milieu gebaat bij het vermijden van nieuwe bodemverontreiniging. Tegelijk beschermt de grondverzetregeling ook de ontvanger of gebruiker tegen de aanvoer van verontreinigde bodem. Immers, als je werken wil laten uitvoeren waarbij je bodem van een andere plaats aanvoert naar je eigen terrein, vind je het belangrijk dat deze bodem proper is. 

Aangepaste regels
 
De hervormde regeling voor het gebruik van uitgegraven bodem is op 14 december 2007 door de Vlaamse regering goedgekeurd. Deze regels zijn opgenomen in het VLAREBO. De nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 1 juni 2008. In grote lijnen kunnen de belangrijkste bepalingen van de grondverzetregeling als volgt beschreven worden:

Voor de uitvoering van de meeste grote grondwerken (> 250 m³ uitgegraven grond) is een bodemonderzoek (technisch verslag) verplicht en wordt de kwaliteit van de uitgegraven of uit te graven bodem bepaald.

De gebruiksmogelijkheden van de uitgegraven bodem zijn vastgelegd in de VLAREBO.
Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek kun je bepalen waar en hoe de uitgegraven bodem kan gebruikt worden.

- Een traceerbaarheidsprocedure maakt dat er altijd een verband kan gelegd worden tussen de plaats van uitgraving en de plaats van gebruik van de uitgegraven bodem.

- In de traceerbaarheidsprocedure zijn de verantwoordelijkheden van verschillende partijen (bouwheer, aannemer, vervoerder, gebruiker) vastgelegd.


Heel wat info vind je ook op www.ovam.be.