Persoonlijk assistentiebudget voor personen met een handicap (PAB)

Met een persoonlijk assistentiebudget (PAB) kunt u als persoon met een handicap assistentie organiseren en financieren voor thuis, op school of op het werk.

Met het PAB werft u assistenten aan. U wordt dus werkgever. Uw assistenten voeren allerlei taken voor u uit en helpen u bij de organisatie van uw dagelijkse leven.

Voorwaarden

Aanvraagvoorwaarden

Vanaf 1 april 2016 kan een persoonlijk assistentiebudget (PAB) enkel aangevraagd worden voor minderjarigen. Meerderjarigen kunnen een Persoonsvolgend Budget (PVB) aanvragen.

Bestedingsvoorwaarden

Zodra u toegang hebt tot een PAB, mag u dit niet zomaar gebruiken.

Besteding aan persoonlijke assistentie

Het geld is bedoeld om uw persoonlijke assistent(en) te betalen, die u helpen bij:

  • huishoudelijk taken (koken, opruimen, ...)
  • lichamelijke taken (wassen en aankleden, eten, ...)
  • verplaatsingen (boodschappen, ...)
  • dagactiviteiten (uitstappen, ...)

Voor bovenvermelde activiteiten kan zowel praktische, inhoudelijke als organisatorische hulp en/of ondersteuning.

  • school en werk: hiervoor kan enkel praktische hulp en/of ondersteuning bij handelingen van het dagelijks leven (bijvoorbeeld boekentas uitladen)
  • agogische of orthopedagogische begeleiding (dus specifiek inspelend op de beperkingen) en/of ondersteuning van de persoon met een handicap en/of zijn ouders

Besteding voor kortdurende ondersteuning

U kan het PAB ook aanwenden om kortdurende ondersteuning in te kopen:

  • maximaal 155 nachten bij multifunctioneel centrum (MFC), ouderinitiatief of vergunde zorgaanbieder.
  • maximaal 155 dagen bij MFC, groene zorginitiatief, ouderinitiatief of vergunde zorgaanbieder.
  • maximaal 104 begeleidingen per jaar (ambulant, mobiel of groepsbegeleiding) bij MFC, groene zorginitiatief, ouderinitiatief of vergunde zorgaanbieder
  • maximaal 155 dagen en/of nachten bij een organisatie erkend of vergund binnen het beleidsdomein WVG (vanaf 9 juli 2023)
  • maximaal 155 dagen en/of nachten bij een buitenlandse voorziening (vanaf 9 juli 2023)

Bovenvermelde ondersteuning kan ingekocht worden tot een maximum van 155 dagen, al dan niet aaneensluitend, per kalenderjaar.

Alle vormen van kortdurende dagondersteuning of woonondersteuning mogen gecombineerd niet meer bedragen dan 155 dagen, al dan niet aaneensluitend, per kalenderjaar.

Andere bestedingsmogelijkheden

Het PAB inzetten is ook mogelijk voor volgende diensten:

  • een maatwerkbedrijf (de assistent mag er niet tewerkgesteld worden)
  • een overeenkomst met een pleegouder als assistent
  • opleidingskosten van de individuele zorgaanbieder, enkel voor kortdurende opleiding van enkele dagen tot maanden die bijdraagt aan de ondersteuning van de persoon met handicap
  • opleiding en tewerkstelling (beslist door het VAPH en gesubsidieerd door de VDAB) bv. CAO26, premie 50+ en VOP (= Vlaamse ondersteuningspremie). Een voorbeeld: PAB-assistentie in een sociale werkplaats is mogelijk.
    • De PAB-budgethouder kan een assistent in dienst nemen die werkt onder CAO26, VOP of een 50-plusser. De loonsubsidie die aan de werkgever-budgethouder vanuit de overheid betaald wordt, moet volledig hergebruikt worden voor directe kosten (loonkosten, sociale zekerheid …). Als de subsidie niet hergebruikt wordt, zal die door het VAPH teruggevorderd worden.
    • Als uw persoonlijke assistent tewerkgesteld wordt met een VOP, CAO26 of als 50-plusser, moet u dat duidelijk vermelden op de overeenkomst.

U mag met het PAB de onkosten van vrijwillige assistenten betalen en de uren van tolken Vlaamse gebarentaal of schrijftolken die door het VAPH niet terugbetaald worden. U kunt ook andere kosten betalen, bijvoorbeeld de kosten van het bioscoopticket van uw persoonlijke assistent wanneer hij of zij u vergezelt naar de bioscoop. Die kosten mogen echter niet meer dan 5% van het PAB uitmaken.

Indien u gebruik maakt van gezinszorg betaalt u met uw PAB de volledige kost (bruto bijdrage).

U krijgt een persoonlijk assistentiebudget tot u het zelf stopzet of het wordt stopgezet wegens overlijden of fraude.

Vervoer is al mogelijk om in te kopen, maar alleen bij een zelfstandige taxi of vervoersbedrijf. Vanaf 1 december 2022 kan ook dat bij een MFC (maar niet als men combineert).

Het is NIET mogelijk het PAB in te zetten voor:

  • een observatie- en behandelingscentrum
  • een verblijf in een multifunctioneel centrum (MFC)
  • rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) door een MFC of VZA
  • een kinderdagverblijf
  • de premie van de zorgverzekering

Concreet:
Als u in een van bovenvermelde voorzieningen verblijft of er gebruik van maakt, moet u zich laten uitschrijven en de voorziening verlaten voor u start met uw PAB. U kunt wel een overeenkomst sluiten met een van bovenvermelde diensten om via hen assistentie in uw thuissituatie te verkrijgen.

Er geldt een overgangsperiode voor de ondersteuningsfuncties verblijf en begeleiding vanuit een multifunctioneel centrum (MFC) wanneer iemand een PAB toegekend krijgt.

Combinatievoorwaarden

    U kunt het PAB combineren met:

    • tegemoetkomingen van andere instanties (bv. de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, het ziekenfonds,… )
    • tussenkomsten van het VAPH voor de aanschaf van hulpmiddelen
    • een multifunctioneel centrum (MFC) dat erkend/niet-erkend is door het VAPH
    • onderwijs op school

    Concreet dient u volgende te doen indien u PAB met MFC wenst te combineren:

    • Als u na het toekennen van uw PAB beslist om uw PAB te combineren met een MFC, moet u dat schriftelijk melden aan het team Budgetbesteding.
    • Ook als u reeds ondersteuning kreeg van een MFC, en daarna een PAB kreeg toegekend, moet u dat laten weten aan het team Budgetbesteding.
    • Als er wijzigingen optreden met betrekking tot de combinatie (bijvoorbeeld het aantal dagen dat u combineert) moet u dat ook onmiddellijk schriftelijk melden aan het team Budgetbesteding. Een wijziging moet doorgegeven worden vanaf dat deze structureel is: dat wil zeggen vanaf 4 opeenvolgende weken.

    U doet dat in beide gevallen aan de hand van het formulier ‘Melding van de combinatie van het persoonlijke–assistentiebudget (PAB) met andere zorgvormen’.

    Uw PAB wordt aangepast rekening houdend met het aantal dagen dat u gebruik maakt van het MFC. U mag het PAB combineren met een MFC, maar uw assistent kan er niet tewerkgesteld worden. De begeleiders van het MFC voeren de taken van persoonlijke assistenten uit, bijvoorbeeld begeleiding bij toiletbezoek, eten … Uw persoonlijke bijdrage voor het MFC mag u niet betalen met het PAB.

    Ontvang je een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden of personen met een handicap en start je op met een persoonsvolgend of persoonlijke assistentie budget, dan wordt dit zorgbudget vanaf de opstart van het PVB of PAB stopgezet. Dit kan niet gecombineerd worden.

    Combinatie met TOAH (tijdelijk onderwijs aan huis)

    De combinatie van een PAB en tijdelijk onderwijs aan huis is mogelijk. Het PAB wordt niet in mindering gebracht, aangezien TOAH onder de bevoegdheid van Onderwijs valt. Dit zijn twee verschillende systemen. Het is echter niet mogelijk om dit TOAH te betalen met het PAB.

    Combinatie met internaat van het GO (gemeenschapsonderwijs)

    Het PAB kan niet gecombineerd worden met eender welk type ondersteuning vanuit een internaat van het GO.

    PAB en dagopvang MFC combineren

    Vanaf 2024 gaat het VAPH de combinatie van het PAB met dagopvang MFC voor de zomermaanden juli en augustus als 0 dagdelen combinatie registreren. Ook als u die maanden gebruikmaakt van de dagopvang in het MFC via bijvoorbeeld de vakantie-opvang. Zelfs als u elke dag naar de dagopvang gaat, is deze regel ook voor u van toepassing.

    Het PAB wordt dus voor de zomermaanden juli en augustus altijd verhoogd. U kan daarnaast naar de dagopvang in het MFC blijven gaan.

    Als u het PAB combineert met dagopvang door een MFC, moet u dat laten weten aan het team Budgetbesteding van het VAPH. Daarvoor gebruikt u het formulier ‘Melding van de combinatie van het persoonlijke–assistentiebudget (PAB) met andere zorgvormen’. Elke wijziging van minstens vier opeenvolgende weken moet u doorgeven. Kortere wijzigingen geeft u niet door en hebben dus geen invloed op de hoogte van uw PAB. Het werken met een gemiddelde is niet toegestaan.

    Hoe aanvragen ?

    Vanaf 1 april 2016 kunnen enkel minderjarigen een PAB aanvragen. Hiervoor neemt u best contact op met een multidisciplinair team dat daarvoor erkend is door Opgroeien. Samen stelt u dan een dossier op dat u indient bij de Afdeling Continuïteit en Toegang (Intersectorale Toegangspoort). Het team Indicatiestelling van de Integrale Toegangspoort maakt dan een indicatiestellingsverslag op. De volledige procedure om een persoonlijk assistentiebudget aan te vragen en de link naar de MDT’s van Opgroeien vindt u op de website van het VAPH.

    Kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar met snel degeneratieve aandoeningen hebben, gezien de evolutie van hun ziekte, sneller bijstand nodig. Daarom kunnen zij via een spoedprocedure onmiddellijk een PAB toegekend krijgen. Om de spoedprocedure te starten laat u een attest invullen door de behandelende arts-specialist.

    Opstarten met het PAB na de ter beschikking stelling

    U moet met de personen of organisaties die u ondersteuning bieden, overeenkomsten sluiten. Dat kunt u zelf doen, of met de hulp van een bijstandsorganisatie.

    U moet een overeenkomst sluiten binnen de vier maanden nadat u uw toekenningsbrief ontving. Als u uw persoonlijke-assistentiebudget niet opstart binnen de vier maanden na ontvangst van uw toekenningsbrief, dan stopt het PAB.

    Als u binnen de vier maanden geen overeenkomsten kunt sluiten wegens overmacht, wordt de periode van opstart eenmalig met 4 maanden verlengd. U moet dat aanvragen bij het VAPH.

    Starten doet u door volgende formulieren te bezorgen aan het VAPH of te registreren via het e-loket mijnvaph.be:

    Daarna krijgt u van het VAPH een terugvorderbaar voorschot.

    Overeenkomsten PAB moet u binnen de 4 maanden na de startdatum bezorgen aan het team Budgetbesteding.

    Kostprijs

    Financieel voordeel

    Vijf budgetcategorieën

    Het persoonlijke-assistentiebudget schommelt tussen de 11.945,05 en 55.743,51 euro op jaarbasis. Die bedragen worden één keer per jaar aan de index aangepast.

    De hoogte van het persoonlijke-assistentiebudget is afhankelijk van de aard en ernst van de handicap, de leefsituatie …

    Er zijn vijf budgetcategorieën. Binnen een budgetcategorie is nog differentiatie mogelijk. Zo kunnen de basisbedragen per budgetcategorie verhoogd of verlaagd worden met een ‘budgetschijf’, afhankelijk van verzwarende of verlichtende factoren.

    Geïndexeerde bedragen persoonlijke-assistentiebudget voor 2023
    BudgetcategorieEuro
    Budgetcategorie I11.945,05
    15.926,72
    Budgetcategorie II19.908,47
    23.890,08
    27.871,76
    Budgetcategorie III31.853,43
    35.835,12
    Budgetcategorie IV39.816,79
    43.798,48
    47.780,15
    Budgetcategorie V51.761,84
    55.743,51

    Om uitgaven terug te vorderen, moet de budgethouder een kostenstaat invullen en bezorgen aan het VAPH.

    Budgethouders PAB = wettelijk vertegenwoordigers

    De budgethouder PAB is de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en dus de ouder(s).

    Als één ouder PAB budgethouder is en de andere ouder is assistent, dan mag de ouder die assistent is ook overeenkomsten sluiten. Die ouder mag alleen geen overeenkomst met zichzelf sluiten, wel met andere zorgaanbieders. Beide ouders zijn immers wettelijk vertegenwoordiger van het kind.

    Adoptieouders
    Wanneer een minderjarige wordt geadopteerd, krijgt de adoptieouder dezelfde rechten als de biologische ouder. In het kader van PAB betekent dit dat de adoptieouder ook wettelijk vertegenwoordiger wordt.

    Plusouders
    Het zijn de ouders die wettelijk vertegenwoordiger zijn en dus budgethouder. Plusouders zijn geen wettelijk vertegenwoordiger en kunnen geen budgethouder worden.

    Andere familieleden
    De ouders van het kind zijn de wettelijk vertegenwoordigers. Andere familieleden zijn geen wettelijk vertegenwoordiger en kunnen geen budgethouder worden. Bij minderjarigen is het niet mogelijk om bewindvoering over de goederen of persoon noch budgethouderschap te laten regelen via de rechtbank.

    Wijziging bij overgang naar meerderjarigheid
    Het rekeningnummer moet op naam staan van de budgethouder of zijn vertegenwoordiger. De aparte budgetrekening mag behouden blijven, enkel de naam van de gevolmachtigde op de rekening moet gewijzigd worden als niet langer de ouders de vertegenwoordigers blijven.

    Ondertekening van de overeenkomsten

    Volgende situaties worden onderscheiden:

    SITUATIE 1: de persoon met een handicap is minderjarig en er is minstens één ouder in leven of gekend

    In geval van 2 ouders


    Als beide ouders in leven of gekend zijn, dan zijn beide ouders budgethouder in het kader van het PAB en kunnen zij beiden de PAB-documenten ondertekenen.

    Wil één ouder optreden als persoonlijke assistent, dan vraagt het VAPH dat de andere ouder het beheer van het persoonlijke-assistentiebudget op zich neemt (omwille van onverenigbaarheid van de rol van budgethouder en persoonlijke assistent) en de PAB-documenten ondertekent. Beide ouders moeten dan een document ondertekenen waarin het beheer van het budget ten opzichte van elkaar geregeld wordt. Dat document bezorgt u aan het team Budgetbesteding.

    In dat document moet minstens de volgende paragraaf vermeld worden:

    Ouder x verklaart te zullen optreden als budgethouder in het kader van het persoonlijke-assistentiebudget voor zoon/dochter.
    Ouder y verklaart te zullen optreden als persoonlijk assistent in het kader van het persoonlijke-assistentiebudget voor zoon/dochter. Om deze reden ziet ouder y af van zijn/haar recht het persoonlijke-assistentiebudget te beheren.
    Onder beheer van het persoonlijke-assistentiebudget wordt verstaan: het ondertekenen en indienen van documenten, het beheer van de rekeningen.
    Handtekening ouder x Handtekening ouder y

    In geval van 1 ouder


    Is er maar één ouder in leven of gekend, dan is die ouder alleen budgethouder in het kader van het PAB en tekent die de PAB-documenten.

    Iemand kan niet én budgethouder én persoonlijke assistent zijn tegelijkertijd. Men kan geen overeenkomst sluiten met zichzelf; een ouder kan niet ​zowel als budgethouder en als assistent ​dezelfde overeenkomst tekenen.

    Het is dus niet mogelijk om als budgethouder PAB ook persoonlijke assistent te zijn.

    Enige uitzondering: Als er geen andere oplossing is, en er een lopende overeenkomst met een ouder als persoonlijke assistent is, kan de overeenkomst wel blijven doorlopen. Er kan wel niets gewijzigd worden aan de overeenkomst.

    SITUATIE 2: de persoon met een handicap is minderjarig en er is een voogd aangeduid

    De voogd is budgethouder en ondertekent de PAB-documenten.

    Wil de voogd zelf optreden als persoonlijke assistent, dan tekent de toeziende voogd en moet de voogd aan de vrederechter vragen of hij zijn voogdijtaak mag cumuleren met zijn taak als persoonlijke assistent.

    Waardebon voor verkennend gesprek bij bijstandsorganisatie

    Met de waardebon ‘Goed voor een verkennend gesprek met een bijstandsorganisatie’ die u ontving bij uw toekenning, wil het VAPH de nieuwe budgethouders aanmoedigen om kennis te maken met de dienstverlening die aangeboden wordt door een bijstandsorganisatie. Het VAPH leerde namelijk uit ervaring dat beroep doen op een bijstandsorganisatie leidt tot een kwalitatief beter beheer van het persoonlijke-assistentiebudget. De waardebon kan niet voor geld ingewisseld worden en moet ingezet worden bij of rond de start van het PAB budget.

    Let wel, deze waardebon is verbonden aan het PAB en kan niet gebruikt worden voor bijstand bij het PAB .

    Het is niet verplicht om de hulp van een bijstandsorganisatie in te roepen. U hebt het recht om uw persoonlijke-assistentiebudget volledig zelfstandig te beheren.

    Vrij besteedbaar deel

    Een deel van uw persoonlijke assistentiebudget mag u vrij besteden. U moet dus niet verantwoorden waaraan u dat deel uitgeeft (voorbeelden: bankkosten, telefoonkosten enzoverder). Vroeger stond dat bekend als ‘indirecte kosten’, tegenwoordig heet dit het vrij besteedbaar deel (net als bij het persoonsvolgend budget).

    U kunt het vrij besteedbaar deel in een of verschillende keren opvragen tot u het totaal van het vrij besteedbaar deel opgevraagd hebt.

    Het vrij besteedbare deel bedraagt op jaarbasis: maximaal 5% van uw persoonlijke-assistentiebudget (berekend op het totale budget, zonder verlagingen door combinaties of dergelijke)

    Let op: Het gaat niet om een bedrag dat u extra bovenop uw persoonlijke assistentiebudget krijgt, het maakt er deel van uit. Wat u vrij besteedt, kunt u dus niet meer gebruiken voor uw overige ondersteuning.

    Het vrij besteedbaar deel kan aangevraagd worden door de budgethouder (de persoon met handicap zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger of voorlopig bewindvoerder). Via mijnvaph kan dit ook aangevraagd worden door een medewerker van een bijstandsorganisatie met volmacht. Dit kan jaarlijks aangevraagd worden vanaf 1 januari van het huidig budgetjaar via uw kostenstaat of uw dossier in het digitaal loket mijnvaph.be.

    U moet het bedrag niet in 1 keer opvragen, maar kunt bv. elke maand een klein stukje opvragen.

    Tot 1 april van het volgende jaar kan het vrij besteedbaar deel nog worden opgevraagd, indien er nog voldoende budget over is (bvb. tot 1 april 2023 kan er nog vrij besteedbaar deel van het PAB van 2022 worden opgevraagd).

    De grootte van het beschikbare vrij besteedbaar deel wordt aangepast aan de duur van uw persoonlijke assistentie budget. Als uw budget bv. start op 1 maart, hebt u recht op 10/12 van het vrij besteedbaar deel in dat eerste jaar. Ook binnen een noodsituatie kunt u een vrij besteedbaar deel a rato opvragen.

    Als u meer dan gewenst van het vrij besteedbaar deel opgevraagd hebt, kunt u een correctie op deze kost ingeven, zoals dat kan voor elk type kost. Dit kan wel enkel wanneer u een terugvorderbaar voorschot heeft en dus aan cash besteding doet. Wanneer u een correctie op de kost ingeeft, kunt u het ingegeven vrij besteedbaar deel terugstorten op de PAB budgetrekening en dit budget opnieuw gebruiken voor zorg en ondersteuning.

    Het opgevraagde vrij besteedbaar deel wordt op de budgetrekening gestort binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag. Deze budgetrekening is een zichtrekening die uitsluitend gebruikt wordt voor het beheer van inkomsten en uitgaven in het kader van het persoonlijke assistentie budget.

    Wanneer er zaken onvolledig zijn, dan zullen deze door team budgetbesteding opgevraagd worden, wat de uitbetalingstermijn zal verlengen. Indien u wenst, mag u uw vrij besteedbaar deel doorstorten naar uw persoonlijke rekening. Het VAPH mag wettelijk gezien ook dit vrij besteedbaar deel niet storten naar een aparte budgetbeheerrekening.

    Dit deel wordt in mijnVAPH afgehouden van de teller ‘Als u uw volledig budget wil besteden aan een niet vergunde aanbieder’. Dit betekent niet dat u geen vrij besteedbaar deel mag opvragen indien u (een deel van) uw PAB besteedt bij een erkende of vergunde zorgaanbieder. Er moet wel voldoende ruimte zijn in uw budget hiervoor.

    Reglement

    BVR van 15/12/2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap

    Deel deze pagina