Fonds Bestrijding Uithuiszettingen

De lange wachtlijsten voor sociaal wonen bewijzen het: veel mensen in Vlaanderen hebben behoefte aan een betaalbare en goede woning. Nu zijn zij aangewezen op de private huurmarkt, waar ze ten gevolge van de krapte vaak een hogere huurprijs moeten betalen. Regelmatig kunnen ze de huur niet betalen, met dreigende uithuiszetting tot gevolg.

Dit thema herkennen vele OCMW’s maar al te goed. Op 3 mei 2019 heeft de Vlaamse Regering daarom het besluit goedgekeurd tot instelling van een tegemoetkoming aan het OCMW ter bestrijding van de uithuiszettingen. Dit fonds is enkel van toepassing op de private huurmarkt. Het nieuwe besluit treedt in werking op 1 juni 2020.

Het OCMW kan een beroep doen op het fonds als de huurder op het moment van de aanvraag van een tegemoetkoming bij het fonds een huurachterstal heeft van ten minste twee en ten hoogste zes maanden. Het Fonds komt alleen tussen als de vereiste minimale twee maanden huurachterstal dateren van na 1 april 2020. De huurder zelf moet de hulpvraag stellen aan het OCMW. Een verhuurder die een minnelijke schikking wenst, moet zijn huurder dus aansporen om tijdig naar het OCMW te gaan.

Huurder, verhuurder en OCMW ondertekenen een driepartijenovereenkomst met o.a. volgende afspraken:

  1. Afbetalingsregeling: Het OCMW betaalt binnen 5 werkdagen na ondertekening 50% van de huurachterstal aan de verhuurder met een maximum van 1.250 euro. Voor het overige saldo wordt een afbetalingsregeling opgenomen
  2. De huurder aanvaardt de begeleiding door het OCMW
  3. De verhuurder verbindt er zich toe geen vordering tot uithuiszetting in te stellen zolang het afbetalingsplan wordt nageleefd en er geen nieuwe huurachterstal ontstaat.
  4. Als de huurder het afbetalingsplan niet naleeft of er ontstaat nieuwe huurachterstal dan meldt de verhuurder dit aan het OCMW. De verhuurder geeft het OCMW minstens 2 weken tijd om een gepaste oplossing te vinden, alvorens een vordering in te stellen bij de vrederechter.

De doelstelling van dit instrument en van de begeleiding is te zorgen dat de huurder in een stabiele woonsituatie terechtkomt. Dat betekent niet per definitie dat de huurder in dezelfde woning blijft wonen. Dat kan het meest voor de hand liggende en te verkiezen spoor zijn, maar evengoed kan de begeleiding ertoe leiden dat de huurder naar een andere, meer betaalbare woning verhuist. Als de huurder dezelfde huurwoning blijft bewonen, is er sprake van een stabiele woonsituatie als hij de begeleidingsovereenkomst heeft uitgevoerd en als hij op dat ogenblik en twaalf maanden na de ondertekening van de begeleidingsovereenkomst geen nieuwe huurachterstal heeft opgebouwd.

Het OCMW is tegenover de cliënt, of diens huisbaas, niet verplicht dit instrument te gebruiken. Het OCMW zal de beslissing om bij een aanvraag in het systeem te stappen of niet grondig moeten motiveren. Verschillende elementen kunnen meespelen. Soms zal het sociaal onderzoek uitwijzen dat een directe tussenkomst en een bijhorend afbetaalplan zinloos is en enkel uitstel vormt.