Milieuvergunningen
Hinderlijke inrichtingen (fabrieken, werkplaatsen, machines, toestellen of handelingen) mag je slechts oprichten, veranderen of verplaatsen mits een passende milieuvergunning of het volgen van een meldingsprocedure. De behandeling van milieuvergunningsaanvragen gebeurt in het kader van het Vlaams reglement voor de milieuvergunning (VLAREM). Dit verdeelt hinderlijke inrichtingen in drie klassen, volgens de aard en de omvang. De vergunningen kunnen worden afgeleverd door twee overheden, naar gelang de aard van de aanvraag:
• de bestendige deputatie (provincie) voor klasse 1 en ook voor inrichtingen van openbare besturen
• het college van burgemeester en schepenen (gemeente) voor privé-inrichtingen klasse 2 en tijdelijke inrichtingen klasse 1 en 2
• voor klasse 3 geldt een meldingsplicht bij het gemeentebestuur
Op de Milieuvergunningenwegwijzer, een website van de Vlaamse Overheid, kunt u aan de hand van een simulatie te weten komen in welke hinderklasse uw bedrijf valt en wat u moet ondernemen om met de milieuwetgeving in orde te zijn.
Info: dienst leefomgeving, 013/46 05 75
Externe websites:
Natuurvergunning
Je hebt een natuurvergunning nodig voor het wijzigen van vegetatie of kleine landschapselementen. Met vegetatie wordt elke begroeiing (perceeldekkend) die op een (half)natuurlijke manier ontstaan of door de mens gecreëerd werd, bedoeld. De meest typerende vormen van vegetatie zijn: bossen, droge of vochtige graslanden, maar ook moerassen, rietvelden, duinbegroeiing, enz. De term "kleine landschapselementen" staat voor de erg bonte verzameling van alleenstaande bomen, knotbomen, bomenrijen, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, bosjes, bermen, bronnen, poelen, grachten en hun oevers. Vooral vroeger hadden deze kleine landschapselementen diverse functies te vervullen. Denk hierbij aan meidoornhagen als veekering, poelen als drink- en drenkplaats en knotbomen en houtkanten als leveranciers van brandhout. Na de Eerste Wereldoorlog verloren veel kleine landschapselementen hun functie en daarmee ook hun bestaansreden. Prikkeldraad deed zijn intrede, kleine percelen werden samengevoegd tot één groot perceel. Toch blijven deze landschapsbepalende elementen heel belangrijk als verbindend element tussen grotere natuurgebieden. Veel dieren migreren namelijk via dergelijke lijnvormige fauna tussen grotere natuurlijke gebieden. Bij het rooien van (knot)bomen, het dempen van een poel, het uitvoeren van oeververstevigingswerken, het ploegen/scheuren/herinzaaien of draineren van graslanden of grazige vegetaties enz. zal je dus een natuurvergunning moeten aanvragen. Deze vergunningsplicht is niet overal van toepassing. Hieronder wordt verduidelijkt over welke gebieden het gaat.
De natuurvergunningsplicht is van toepassing in volgende gebieden:
- de groene bestemmingen op het gewestplan: groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden
- de geel-groene bestemmingen op het gewestplan: valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of bijzondere waarde
- de internationaal beschermde gebieden: EU-Habitatrichtlijngebieden, EU-Vogelrichtlijngebieden, Ramsargebieden
Wat het wijzigen van kleine landschapselementen betreft, heb je ook een natuurvergunning nodig in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en agrarisch gebied. De natuurvergunningsplicht geldt niet op huiskavels van een vergunde woning of bedrijfsgebouw gelegen binnen een straal van 100 meter rond het gebouw (dit wordt 50 meter als het om een groene bestemming gaat). De natuurvergunning is ook niet verplicht als je al over een stedenbouwkundige vergunning beschikt waarbij advies van de Afdeling Natuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap werd gevraagd (bv. voor het kappen van een boom). Voorts is de vergunning niet nodig als de werken kaderen in een goedgekeurd beheersplan (bv. voor een natuurreservaat, bossen) of als het om normale onderhoudswerken gaat .
Info: dienst leefomgeving, 013/46 05 75